De Groenlandse ijskap is na Antarctica de grootste ijsmassa ter wereld. Ze bedekt ongeveer tachtig procent van Groenland en is in het midden bijna drie kilometer dik. Onder je voeten ligt dus meer ijs dan er boven de meeste bergen lucht zit.
Een oversteek van kust tot kust betekent dertig dagen in een landschap waar niets is. Geen rots, geen plant, geen dier, geen ander mens. Dit artikel gaat over wat dat concreet inhoudt.
De pulka is de expeditie
Je draagt geen rugzak, je trekt een slee. Een pulka met alles erin: tent, brandstof, eten voor een maand, reservemateriaal. Aan het begin weegt die tientallen kilo's, en elke dag wordt hij een beetje lichter naarmate je de brandstof en het eten opgebruikt.
Dat gegeven bepaalt het hele ritme van de expeditie. De eerste week is de zwaarste, precies wanneer je lichaam nog niet gewend is. Vanaf de tweede helft loopt het lichter, ook al ben je vermoeider.
Je gaat op ski, want lopen in die sneeuw met een volle slee erachter werkt niet. Het is repetitief werk: uren achter elkaar hetzelfde, in een tempo dat je niet kan opdrijven omdat je een maand moet volhouden.
Sastrugi
De ijskap ziet er van een afstand vlak uit. Dat is ze niet.
De wind boetseert de sneeuw tot sastrugi: harde ribbels en richels die allemaal dezelfde kant op wijzen, soms tot kniehoogte. Ze zijn keihard, ze liggen dwars op je richting als je pech hebt, en je slee blijft er voortdurend achter haken of kantelt eroverheen.
Op een kaart is een dag over de ijskap een rechte lijn. In de praktijk is het uren manoeuvreren over een oppervlak dat je constant tegenwerkt. Sastrugi zijn de reden dat afstanden op de ijskap trager gaan dan iedereen vooraf inschat.
De wind komt altijd van de ijskap af
Boven de ijskap koelt de lucht af en wordt zwaarder, en zware lucht zakt. Naar de randen toe rolt ze onder haar eigen gewicht naar beneden, en dat versnelt. Dat heet katabatische wind, en op Groenland is ze een constante.
Praktisch betekent het dat je bij het naderen van de kust vrijwel altijd tegenwind hebt, precies op het moment dat je moe bent en denkt dat het bijna gedaan is. Kampen wordt er ook anders door: je bouwt standaard een sneeuwmuur aan de windzijde, elke avond opnieuw, ook als het windstil is wanneer je stopt.
Na twee weken wit is er niets meer om je aandacht aan op te hangen. Dat is het zwaarste deel, en het is ook waarom mensen dit doen. Wie daar doorheen komt, vindt een rust die hij nadien moeilijk kan uitleggen.
Koen De Leeuw, expedition leader
Whiteout
Bij bewolking verdwijnt het verschil tussen sneeuw en lucht volledig. Er is geen schaduw, geen horizon en geen diepte meer. Je ziet niet of de grond voor je omhoog gaat of wegvalt, en je struikelt over ribbels die je pas voelt.
Navigeren gebeurt dan op kompas en GPS, en je loopt op een peiling zonder ooit iets te zien om op af te gaan. Sommige deelnemers vinden dat het onaangenaamste deel van de hele expeditie: uren bewegen in wat aanvoelt als een lege ruimte, zonder bewijs dat je vooruitkomt.
Hoogte waar je die niet verwacht
Wat mensen zelden weten: het midden van de ijskap ligt op meer dan tweeduizend meter. Je klimt vanaf de kust geleidelijk omhoog, over dagen, zonder dat het ergens steil is.
Die hoogte voel je wel. In combinatie met kou en dagelijkse inspanning zorgt ze ervoor dat je minder goed slaapt en trager herstelt dan je gewend bent. Het is geen hoogteberg, maar het is ook geen zeeniveau.
Wat leegte met een mens doet
Dit is waarom mensen deze oversteek doen, en het is het moeilijkst uit te leggen.
Op de meeste expedities is er afwisseling: een pas, een dal, een dorp, een dier. Op de ijskap is er dertig dagen lang exact hetzelfde. Wit, tot alle kanten, elke dag.
De eerste week is dat indrukwekkend. De tweede week wordt het zwaar, want er is niets om je aandacht aan op te hangen en je hoofd valt terug op zichzelf. En ergens in de derde week kantelt het bij de meeste mensen: het ophouden met zoeken naar prikkels, en wat overblijft is een rust die deelnemers achteraf nauwelijks kunnen beschrijven.
Dat is niet gegarandeerd en het is niet voor iedereen. Maar het is de reden dat een ijskapoversteek iets anders is dan een lange wandeling.
Waar het hoofd eerder opgeeft dan het lichaam
De oversteek staat op niveau Challenge (4 op 5) en duurt dertig dagen, volledig zelfvoorzienend. Geen bevoorrading, geen uitstapmogelijkheid, geen dorp onderweg.
Technisch is het niet moeilijk: er wordt niet geklommen. Wat het vraagt is uithouding over een maand, ervaring met kamperen in kou, en vooral mentale weerbaarheid. Dit is de bestemming waar het hoofd het eerst opgeeft, niet het lichaam.
En het vraagt een groep die overweg kan. Dertig dagen met dezelfde mensen in een tent, zonder afleiding, legt elke wrijving bloot.
Praktisch
De Crossing Groenland expeditie staat gepland voor 2028 en duurt dertig dagen, met pulka van kust tot kust. Alle details staan op de pagina van de Crossing Groenland expeditie.
Wil je bestemmingen naast elkaar zien: welke expeditie past bij jou zet ze af tegen terrein en intensiteit. En de paklijst voor een expeditie gaat in detail in op wat er mee moet.