Koen De Leeuw stond voor het eerst in Patagonië in 2013. Sindsdien bracht hij er veertien tot zestien weken door, als expeditieleider en om nieuwe routes te verkennen. De tv-reeks De Expeditie: Patagonië werd opgenomen in Parque Nacional Laguna San Rafael, een gebied dat hij al jaren kent.
Wat hieronder staat, zijn de dingen die pas opvallen als je er vaker komt.
Vier seizoenen op één dag
De grootste onbekende in Patagonië is niet de hoogte en niet het terrein. Het is het weer.
In Patagonië kun je letterlijk vier seizoenen op één dag beleven.
Koen De Leeuw, expeditieleider
Zon, regen, wind en sneeuw kunnen elkaar in een paar uur opvolgen, ook midden in de zuidelijke zomer. De regen duurt meestal kort. Dat maakt het weer eerder een ritmekwestie dan een probleem: je stopt, je trekt iets aan, je gaat verder. Wie zijn warme laag en regenjas onderaan in de rugzak stopt, staat die dag vijf keer te graven.
De wind is het tweede weer
In de zuidelijke zomer waait het in Patagonië wekenlang uit het westen, vaak dagenlang zonder te gaan liggen. Dat is geen detail in de marge: het bepaalt waar je kampeert, hoe snel je vooruitkomt en hoeveel je praat.
Praktisch betekent het drie dingen. Je zet je tent op met de rug naar de wind en je verankert alles, ook wat je even neerlegt. Je kiest je kampplek op luwte, niet op uitzicht. En je praat niet tegen de wind in: gebaren werken, roepen kost je stem en levert niets op.
De kou valt mee, de vochtigheid niet
Dit verrast bijna iedereen die meegaat. Zakt de temperatuur in de wildernis onder ongeveer vijf graden onder nul, dan wordt de lucht droger en voelt de kou minder scherp aan. Een Belgische winterdag van vier graden boven nul met regen pakt harder aan dan een heldere dag van tien onder nul in Patagonië.
Het gevolg voor je uitrusting: vocht is de vijand, niet de thermometer. Je laagjes zijn er om zweet af te voeren, niet alleen om warmte vast te houden. Wie te warm vertrekt en doorweekt aankomt, heeft het 's avonds koud.
Na een halfuur een ander uitzicht
Na een halfuur wandelen heb je in Patagonië een volledig ander uitzicht.
Koen De Leeuw, expeditieleider
Het gebied zit vol microklimaten die dicht op elkaar liggen. Daardoor schuift het landschap sneller op dan je gewend bent. In de Alpen moet je naar drie- of vierduizend meter voor een panorama dat je hier op tweeduizend al krijgt.
Dat verandert ook hoe een dag voelt. Je klimt niet urenlang naar één uitzicht. Je loopt door opeenvolgende gebieden die elk anders zijn: gletsjerfront, open vlakte, dicht bos, rivier.
Een koud regenwoud werkt traag
Patagonië is een regenwoud, maar een koud. Dat klinkt tegenstrijdig en het heeft gevolgen die je ter plaatse merkt.
Alles gaat traag. Als je daar iets achterlaat, blijft dat jarenlang liggen.
Koen De Leeuw, expeditieleider
Afbraak verloopt er zo langzaam dat een schillenrestje of een stuk touw jaren blijft liggen. Alles gaat mee terug, tot de kleinste resten. Het systeem is stabiel maar kwetsbaar, en dat merk je aan hoe weinig sporen er zijn van wie er voor jou liep.
Waarom packrafts meegaan
Patagonië ligt vol water. Gletsjerrivieren, meren en zijarmen die op geen enkele kaart hetzelfde blijven liggen. Te voet zou je er dagen omheen lopen.
Met een packraft steek je over waar de route logisch verder gaat. Dat scheelt niet alleen tijd, het bepaalt welke route überhaupt mogelijk is. Je draagt de boot zelf, dus hij weegt mee in je rugzak op elke stap die je wél loopt.
Waarom januari en februari
Op het zuidelijk halfrond is januari hoogzomer. Dat levert lange dagen op, met licht tot ver na tien uur 's avonds, en temperaturen die overdag draaglijk zijn.
Draaglijk is relatief. Ook in hartje zomer kan het in de bergen sneeuwen en schommelt de temperatuur binnen één dag makkelijk vijftien graden. Het venster is er dus niet omdat het dan zacht is, maar omdat het dan lang licht is en de rivieren bevaarbaar zijn. Buiten dat venster wordt de combinatie van kort daglicht en hoogwater onverantwoord.
De dieren laten zich zien, op één na
Dieren zoals de huemul komen echt nog dichtbij.
Koen De Leeuw, expeditieleider
De huemul is een hert dat mensen nauwelijks kent en daardoor blijft staan waar een ree in de Ardennen al lang weg is. Gevaarlijke dieren zijn in dit deel van Zuid-Amerika zeldzaam.
De poema is het dier waar iedereen op hoopt. Koen heeft er in al die weken nog geen gezien. Dat hoort erbij: je kan er niet op plannen.
Hoe je hier klaar voor raakt
Element X vertrok in januari 2026 voor het eerst naar Patagonië. Groepen tellen zes tot twaalf mensen.
De voorbereiding start minstens drie maanden voor vertrek en loopt in twee fasen. Ze begint individueel, met een inspiratiebundel, de paklijst en je medische gegevens. Daarna volgt de kick off: een volle dag met fysieke testen op kracht, mobiliteit en uithouding, een trainingsschema op jouw resultaten, de route en de risico's, expeditie-eten proeven, samen wandelen en een ijsbad.
Daarna volgen groepstrainingen en een technische training op maat van de bestemming. Voor Patagonië betekent dat packraft en navigatie. Twee tot drie weken voor vertrek is er een finale check op materiaal, conditie, kracht en medische info. Slaapzak, mat, shelter en rugzak krijg je van Element X en worden vooraf gecontroleerd.
Technische bergervaring heb je niet nodig. Wat wel telt: je kan twee weken zonder comfort, zonder winkel en zonder de mogelijkheid om er halverwege uit te stappen.
Praktisch
De Patagonië expeditie gaat te voet en met packrafts, door bergen, over gletsjers en door regenwoud. Actuele vertrekdata, duur en prijs staan op de productpagina. Begeleiding door X Guides, groepsmateriaal en de packrafts zitten inbegrepen.
Wil je bestemmingen naast elkaar zien: welke expeditie past bij jou zet ze af tegen terrein en intensiteit. De paklijst voor een expeditie gaat in detail in op wat er mee moet.
De citaten van Koen De Leeuw komen uit zijn interview op explore.be.
