Ik ben Koen, voormalig Para Commando, survivalgids en gepassioneerd avonturier. Na mijn tijd in het leger koos ik ervoor om mijn ervaring te gebruiken om mensen te begeleiden in het buitenleven. Intussen leid ik expedities in enkele van de meest ruige en ongerepte gebieden ter wereld.
Buiten overnachten maakt al jaren deel uit van mijn leven. Maar toen ik het voor het eerst deed als ondernemer, midden in een hectische werkomgeving met veel druk en weinig tijd voor zelfzorg, begon ik de impact pas echt te voelen. Wat het met je lichaam doet, en met je hoofd.

Voor veel mensen zijn de eerste nachten niet comfortabel: je ligt te woelen, voelt elk steentje onder je matje en mist de kleine zekerheden van thuis. Je bent gewend om in slaap te vallen met achtergrondruis, maar tijdens een expeditie vallen die prikkels weg. Geen wifi, geen muren, geen afleiding. Alleen jezelf, de groep en de elementen.
Loskomen van je dagelijkse omgeving door in de natuur te slapen is niet niets. Het vraagt tijd en overgave. Maar eens je er ligt, gebeurt er iets bijzonders.
Het gaat steeds minder om de luxe die je denkt te missen, en steeds meer om de kleine dingen die je pas waardeert als ze er niet meer zijn. Zaken die zo vanzelfsprekend lijken, tot je ze een tijd moet missen.
White noise op jungleniveau
Je hoort elk geluid: de wind, je adem, het kraken van takken. Maar wat me vooral opvalt is de ongelooflijke hoeveelheid en diversiteit aan leven. Het onbekende geritsel, dierengeluiden in de verte, een geluid waarvan je de oorsprong niet meteen achterhaalt.
Met al die ervaringen in mijn spreekwoordelijke rugzak blijft het onwaarschijnlijk tof om dit telkens opnieuw te beleven. De nacht komt tot leven. Bij elk nieuw geluid vraag je je af waar het vandaan komt en welk dier het zou kunnen zijn. Het klinkt als een orkest van natuurgeluiden waarin alles op elkaar is afgestemd, zonder verhaal of doel. Vol mysterie en spanning, maar vooral verwondering.
Wat heeft de zon te maken met decompressie?
Ik ben dankbaar dat ik de mooiste plekken ter wereld mag ontdekken en delen met anderen. Maar zo'n verandering van omgeving brengt altijd een aanpassingsperiode met zich mee. Mijn biologische ritme zoekt houvast, want die structuur bepaalt hoe de cyclus van mijn hormonen eruitziet: wanneer ik moe word, honger krijg of emotioneel in balans ben.
Elke expeditie begint dus met een kleine ontregeling: de overgang van het ritme thuis naar het leven in de natuur. Wakker worden met het eerste licht, slapen zodra het donker wordt. Geen wekker nodig. Het is alsof mijn hoofd wordt uitgezet en mijn lichaam zich opnieuw afstemt op het ritme van de omgeving.

In de andere richting, van de natuur terugkeren naar huis, is het aanpassen een grotere uitdaging. Je zou denken dat het vergelijkbaar is, maar dat is mijn ervaring niet. De natuur biedt stabiliteit en continuïteit. Je wekker is de zon, en die kun je niet snoozen. De prikkels die ik moet verwerken zijn fysiek en onverbiddelijk: kou, vermoeidheid, honger. Net daardoor krijg ik mentaal veel ruimte.
Thuis zijn er veel meer factoren die mijn ritme beïnvloeden: licht en donker, schermen. Ik kan mijn ritme sturen via al die variabelen die ik zelf in de hand heb. Structuur en ritme worden daar dus een keuze. Die aanpassing gaat niet vanzelf. Ze vraagt engagement, energie en daadkracht.
Ik slaap het best op de grond
Elke keer opnieuw merk ik hoe gewend mijn lijf is geraakt aan het leven binnen: kunstlicht, schermen, verwarming, constante prikkels en ruis. Die eerste nachten onder de blote hemel zijn afkicken. Ik kijk nog op mijn gsm naar Instagram vlak voor het slapen, terwijl er helemaal geen verbinding is. Mijn hoofd draait nog op volle toeren.
Maar naarmate de dagen vorderen, verdiept mijn slaap. Niet omdat ik fysiek uitgeput ben, maar omdat mijn systeem echt tot rust komt. Minder gedachten, meer rust en ruimte. Ik voel het verschil in alles: scherper wakker worden, meer energie, meer balans.
Zonder wrijving, geen glans
Het is iets wat ik telkens opnieuw ervaar: hoe mijn lichaam herstelt van buiten zijn. Mijn ademhaling wordt dieper, mijn bewegingen vloeiender. Mijn lijf voelt robuuster en stabieler, alsof het weer en een slechte ondergrond geen vat meer op me hebben.
Ik weet dat dat deels te maken heeft met beweging, buitenlucht en zonlicht, maar er speelt ook iets subtielers. Iets in de omgeving dat mijn systeem voedt. Steeds opnieuw voel ik het: de natuur doet me goed.
Fysieke ruimte geeft mentale ruimte
In het begin is het lawaaierig vanbinnen. Elke keer. Mijn hoofd raast na van de drukte die ik achterliet: deadlines, gesprekken, planningen, schermen, notificaties. Soms spring ik letterlijk in het rond om die innerlijke storm kwijt te raken.
Maar zonder prikkels, zonder constante input, gebeurt er iets. De stilte die eerst ongemakkelijk voelt, wordt helder. Mijn aandacht komt terug. Niet omdat ik mezelf dwing om te focussen, maar omdat er eindelijk weer ruimte is. Ik hoef alleen maar te zijn.
Mijn conclusie
Elke keer dat ik op expeditie ga, laat ik iets achter: comfort, gemak, controle. En telkens merk ik dat het eerst aanvoelt als verlies en pas later als winst. Geen overdaad, geen haast, alleen het noodzakelijke. Dat is genoeg, meer dan genoeg zelfs. Het herinnert me aan wat echt telt, en aan hoeveel ruis er vaak op onze gewone dagen zit.
Het klikt niet altijd vanaf dag een. Maar ik weet zeker: buiten slapen heeft me veranderd. Niet plots, maar wel voorgoed.

Ontdek hoe de natuur je gezondheid kan verbeteren en leer meer over onze trajecten die je mentaal en fysiek helpen herstellen.
Bekijk onze expedities Contacteer ons